Wens voor Jou

Column

Terwijl Jan en alleman goede voornemens maken voor 2020 – meer sporten, meer water drinken, meer leuke dingen doen – heb ik geen enkel nieuw piketpaaltje geslagen.
Ik wil niet meer.
Ook niet minder.
Ik wil maar een ding. Volhouden.
Afgelopen jaar ontdekte ik iets wat we eigenlijk allemaal wel weten, door de dagelijks hectiek vergeten: Het leven is een onverhard pad. Nu droom ik van keien, hobbels en kuilen. Ik moet er niet aan denken dat het ooit weer een glimmend stuk asfalt zal zijn.

 

Al blijft zo’n geplaveid pad wel verleidelijk klinken. Gladgestreken houd je de vaart er lekker in. Sterker nog, eenmaal op dreef ga je alleen maar harder en harder. Met een beetje geluk draait de wind in je rug. Als een pijl schiet je vooruit, een streep door het landschap. Je komt nooit meer te laat; verloren tijd haal je zo in.

 

Het is maar kortstondig geluk; die snelheid, de wapperende haren. Verkrampt kom je uiteindelijk tot bedaren. Je moet je focussen en blijven focussen. Geen fouten maken. Het laatst wat je wilt is een botsing, toch? Alles flitst aan je voorbij. Gaat snel, zo snel, dat je de details niet meer ziet. Was dat een bekende, of toch niet? Je schiet een tunnel in. Aan het eind, wit licht.

 

Dat perfecte pad, het is ons summum. Maar is het niet veel fijner om op een fietsje over een boerenlandweg te hobbelen? Lekker alle tijd. De geuren op snuiven. Genieten van het uitzicht. Wegmijmeren bij schilderachtige vergezichten. Twee weken Frankrijk, maar dan het hele jaar door.

 

Oké, even realistisch. Niemand wil zadelpijn, het hoeft ook allemaal geen uren te duren voordat we eindelijk eens op onze bestemming zijn. Maar een beetje onverhard is wel lekker. Het geeft de kans om iets minder fanatiek door te denderen. Onderweg jezelf af te kunnen vragen of het ingeslagen pad wel het jouwe is. Er is heus wel een weg terug. Gewoon omkeren. En daarna dat andere paadje proberen.

 

Precies dat, is wat ik in 2019 deed. Vertragen, zelfs stilstaan. Ik vond de rust en de ruimte om te bezinnen. En keerde om.
Wekenlang sloot ik me op in de universiteitsbibliotheek om mijn nieuwsgierigheid de vrije loop te laten. Onderzoeken en schrijven. Voor niemand, omwille van niks, zonder doel. Simpelweg omdat ik dit al heel lang, heel graag wilde. Ik schreef vrij werk: poëzie, liedjes, columns, blogpost, korte verhalen, spoken word.

 

Begin april organiseerde ik een poëzieavond voor vrienden, zij zenuwachtiger dan ik. Mijn voordracht werd warm onthaald. Kort daarna lag ons hele gezin op apegapen: buikgriep. Na een paar hele beroerde dagen en veel zorgen vloog iedereen weer uit. En ik? Zittend op de bank kwamen er maar twee dingen in me naar boven: Spoken word en theater. Een dag later startte ik een waanzinnig project; in 100 dagen mijn jeugddroom waarmaken! Het was – en is nog steeds – een hele hobbelige rit. Maar laat er alsjeblieft geen eind aan komen. Dit is pure joyriding. Ik kan er geen genoeg van krijgen en gun het jou.

 

Laat jouw leven in 2020, net als het mijne, een onverhard pad zijn. Met onderweg de tijd om te genieten, te vertragen, misschien wel af te stappen. Lekker lummelen in ’t veld. Omringd door wilde bloemen, en het zoemen, met een grassprietje tussen je lippen wegdoezelen in de warmte van de zon. Tot een enorme donderwolk je nat pist. Doorweekt tot aan je kruis ren je naar de eerste beste boom om te schuilen. Voor wat? Erger kan het niet worden. In je zak zoek je naar je mobiele telefoon. Je zet je lievelingsliedje op en je begint te dansen. Met een stralende lach in de stromende regen.
Dit leven is van mij!